Food

Originaliteit is vaak niet ontdekt plagiaat.

"het enige dat nieuw is , is de geschiedenis die je niet kent "

heb me suf zitten staren naar een portres van Jezus aan het kruis.

heb mezelf betrapt dat ik-  te pas en te onpas naar de ijzerhandel ren als ik met een omgeving interacteer (hetgeen ik per definitie een vies woord vind).

WingManExtremeDigital

Wachten, afwachten, verwachten

Acta Med Cath 73(1):35-38

Jan Rolies (2004)

Als het wachten te lang duurt, krijgt de vreugde een droeve glans.

Paustovski

De gezondheidszorg staat voor veel gebrui­kers synoniem voor wachten. Om dit aan te tonen is niet veel overtuigingskracht nodig. Iedereen denkt meteen aan de wachtlijstenproblematiek. Een paradoksaal gegeven in een wel­varende natie die zichzelf nog steeds, zij het iets meer aarzelend dan jaren terug, percipieert als verzorgingsstaat. Maar er is meer. Wie naar een ziekenhuis stapt, moet met geduld gewapend zijn. Het is wachten op een afspraak, op een dia­gnose, op een opname, op een behandeling. Stilstaan bij dit fenomeen kan verrassingen opleve­ren.

Het begint al met het maken van een afspraak. Zelden krijgt de vrager te horen: kom snel, ik heb nu tijd voor u. Neen, het is wachten want er zijn zoveel wachtenden voor u. De wachttijd kan maanden oplopen. Dit is maar de afspraak. Heel eng wordt het bij het bepalen van de behande­ling, vooral van een chirurgische ingreep. Het wachten kan van dien aard zijn, dat de toestand intussen verslechterde en zelfs fataal werd voor de wachtende. Het kan ook dat de dag van de ingreep de arts plots voor een congres afgereisd is. De patiënt kan tot nadere oproep naar huis. Tot daar een eerste inventariserende beschrijving. Indien de bestaande wachtlijsten gereduceerd zouden kunnen worden, dan zou ziek-zijn syno­niem blijven met wachten.

Soms vraag ik me af of artsen en verpleeg­kundigen zich nog realiseren wat wachten is en weten dat wachten gepaard kan gaan met heftige emoties. Het is bovendien nog de vraag of wij als cultuur ons nog realiseren dat leven fundamen­teel wachten is en dat zonder wachten er geen leven is. Wachten is een grondcategorie van het menselijk bestaan, een aspect van de historiciteit als existentiaal en kan daarom nooit opgeheven worden. Vandaar volgend verhaal over wachten als antropologisch gegeven. Na een korte feno­menologie van het wachten en een uiteenzetting over het wachten als fundamentele dimensie van het bestaan, keer ik ter afronding terug naar de gezondheidszorg.

Wachten, afwachten en verwachten

Wachten wordt omschreven als waken, bewa­ken, beloeren, wacht houden. Afwachten is pas­sief toekijken hoe dingen gaan evolueren of gaan gebeuren. Zo is het afwachten of het binnenkort zal regenen. Verwachten is actief wachten en uit­zien naar, zoals een moeder die een kind ver­wacht. Verwachten is actief open staan voor wat misschien zal toekomen en gebeuren. Het wach­ten kan angstig zijn en vertrouwvol. Voor wie wacht op een slechte diagnose, is het wachten pijnlijk en de onzekerheid snel ondragelijk. Wachten heeft altijd te maken met het verstrijken van de tijd welke, naar gelang de gemoedstoe­stand van de wachtende en de inhoud (wie of wat) waarop gewacht wordt, snel of traag, pijn­lijk of zoet kan zijn. Het wachten in een restau­rant is daarom subjectief en objectief anders dan het aanschuiven in de wachtkamer van de medi­sche specialist.

Liefhebben en wachten

Minnaars weten het: niets is zo erg als als het wachten als je hopeloos verliefd bent. De andere is niet op de afspraak en laat op zich wachten. Een pijnlijk moment. Door het wachten neemt de onrust en de onzekerheid gestaag toe. Zou hem of haar iets overkomen zijn? Heb ik mij niet ver­gist in het tijdstip en de plaats?

Onrust en boosheid wisselen elkaar af. Als wachten pijn doet mag je zeker zijn dat je ver­liefd bent. 'Ben ik verliefd? Ja, want ik ben aan het wachten (Roland Barthes, De taal van een verliefde, 1977). Tijdens het wachten vordert de tijd tergend langzaam. En toch heeft dit wachten ook zijn charme.

De tijd wordt intens beleefd en verdiept het verlangen. Wie nooit gewacht heeft op een geliefde, weet niet wat ver-lang-ende liefde is.

Zwangerschap: 9 lange maanden

In een tijd van algemene versnelling blijft een zwangerschap onverminderd eigenlijk een zeer traag en lang proces is: negen maanden of onge­veer 275 dagen. Het ziet er nog niet naar uit dat in de toekomst zwangerschappen zullen geredu­ceerd worden tot enkele weken. Het blijft een mini-eeuwigheid. En toch. Het is een intense tijd waarin veel gebeurt in de moeder en tussen moe­der en de vrucht. Gedurende negen maanden groeit de vrucht uit tot een baby en gaat de moe­der een imaginair gesprek aan met de vrucht in haar schoot. De bevruchte schoot is het centrum van een lang proces waarbij zij het kind ook in haar hoofd en hart laat groeien. Zij heeft tijd nodig om het een plaats te geven in haar leven omdat het haar leven ook verstoorde. Hoe groot haar verlangen naar een baby ook was, nu het zich aandient, moet zij het gastvrijheid geven in haar schoot en leven. Gelukkig heeft zij daar negen maanden de tijd voor.

Wachten op de dood

De mens is een 'Sein zum Tode', aldus een beroemde uitdrukking van Martin Heidegger. Vanaf zijn geboorte is de mens onderweg naar de dood. De mens denkt lange tijd in het diepst van zijn onderbewustzijn dat hij onsterfelijk is, maar vroeg of laat moet hij zich rekenschap geven van het gegeven dat ook hij zal sterven. In de spiegel zal hij het naderbij komen van zijn einde bemer­ken in de veranderende gelaatstrekken.

In het Westen maakte de ars moriendi deel uit van de dagelijkse cultuur. Vrome mensen baden na het rozenhoedje het gebed om een goede dood. Met de moderniteit is dit grondig veran­derd. In onze cultuur willen mensen zo lang mogelijk leven, de dood uit het bewustzijn ban­nen en haar moment uitstellen. Levend in een cultuur die uitstel van sterven als biopolitieke tar­get heeft, beperkt stervenskunst zich tot een palliatieve fase.

Er zijn mensen die zoals dat heet 'onver­wachts' overlijden, dit wil zeggen wiens dood niet verwacht werd Een brutaal hartinfarct is het klassieke voorbeeld, maar ook een tragisch ver­keersongeval met dodelijke afloop. De uitdruk­kingen zijn bekend en tot clichés geworden.

Het is echter nog altijd zo dat 75% van de mensen sterven in ziekenhuis- of verzorgingsbedden. De laatste fase van een mensenleven is dan wachten op de dood die al dan niet te traag of niet snel genoeg komt. De dood kan komen 'als een dief in de nacht' maar ook verwacht worden als een welgekomen gast. Zo verzuchtte menige hoogbejaarde: hebben ze mij niet vergeten? De laatste intieme kring van levenden rond het bed van de stervende waakt bij zijn wachten. Waken en wachten.

Op onze dagen nemen steeds meer mensen de regie van hun sterven in overleg met de behande­lende arts in eigen hand. Euthanasie is een radi­cale vorm om aan het tergend traag sterven een eind te maken. Het wachten wordt opgeheven. Palliatieve sedatie is een andere vorm om zinloos en pijnlijk wachten ongedaan te maken.

Wachten in het verkeer

Paul Virilio heeft meesterlijk beschreven hoe wij in een cultuur van versnelling en globale mobiliteit leven.

Tijd kost niet alleen geld, maar is een schaars goed. Iedereen is steeds gehaast en heeft het druk. De supermarkets garanderen korte files en een snelle bediening. Wachten is verloren tijd, lege tijd, zinloze tijd. Om de beperkte tijd maxi­maal te gebruiken is een cursus time-management voor velen geen luxe meer. Meer doen in minder tijd is een opdracht in veel sectoren. Het uurwerk tiranniseert het sociale en individuele leven. In dergelijke cultuur is wachten, immobi­liteit in een file vreselijk. Gelukkig kunnen men­sen nu mobiel telefoneren zodat hun werk in de files verdergaat, 24 op 24 u. standby. De files dwingen mensen tot een ongewilde passiviteit, een break in de onrustige stroom der dagen. De kritiek op deze hectiek klinkt steeds luider. De tijd is aan onthaasting of beter aan meer aandacht voor trage vragen, ervaringen en handelingen. De onmacht tot wachten kan verwijzen naar een diepe angst voor de gapende leegte waarin het ik zou kunnen vallen en met zichzelf geconfron­teerd worden.

Wachten: positief of negatief?

Onze cultuur is een cultuur van de daad, het handelen, het activisme. In het begin was de daad (Goethe, Faust). Wachten is in die context tijd­verlies, pure negativiteit, een leegte, afwezig­heid, uitstel. In het toneelstuk Antigone van Jean Anouilh laat hij de protagoniste zeggen dat zij hier en nu, onmiddellijk alles wil. Dit karakteri­seert ten volle onze tijdsbeleving en drifteconomie: ik wil wat ik wil nu. Hoe velen die een bepaald boek willen aanschaffen, lopen niet alle boekhandels in de stad af tot ze het gevonden hebben. Bestellen en wachten zit er minder in. Schijnbaar hebben andere culturen de kunst van het wachten bewaard die vroeger ons ook eigen was. Ik denk aan de wachtenden bij een bushalte in een Afrikaans dorp. Met gelatenheid zien ze uit naar de komst van de bus.

Om het wachten positief te kunnen beleven, moet een mens zich ervan bewust zijn dat hij niet alles kan maken. Veel laat zich niet beheersen, maken en bevelen. Zo komt de inspiratie tot schrijven niet wanneer ik het wil. Inspiratie, inzichten maar ook verliefdheid overvallen de mens. Wachten is een ontvankelijkheid voor het andere, het niet ik. Dit geldt ook voor de genees­kunde.

Een oud adagium in de geneeskunde luidde: natura sanat. Het geneesproces heeft geen arts totaal in de hand.

Het wachten kan uiteenlopend gedrag uitlok­ken en emoties losmaken: irritatie, agressie, ongeduld, gelatenheid, jaloersheid. Het is bekend dat chauffeurs in de verkeersdrukte agressief gedrag vertonen, vooral in de stad. In de wacht­kamers kunnen wachtenden handgemeen worden met elkaar. De enen wachten in gelatenheid, met flegma, wetende dat hun beurt wel zal komen, anderen klampen iedereen aan, laten hun onge­duld duidelijk horen, ijsberen of worden onrustig. Voor de filosoof E. Lévinas betekent het 'na u' kunnen zeggen dat mens tot de erkenning van de andere gekomen is.

Wachten op Godot (S. Beckett)?

De scène is bekend: twee clochards wachten ... op Godot? Zal hij komen, niet komen? De toekomst is open. Het is het wachten op het onmogelijke, het onverwachte, op oplossingen en antwoorden, tenslotte op het wonder. Het komen van de andere, de inspiratie, het nieuwe is niet voorspelbaar en beheersbaar. De dichter wacht op woorden en op inspiratie. Vragen of het leven zinvol is, is vragen of het zin heeft te wach­ten.

Wachten: werkwoord voor zieken

De wereld van de zieken is er één van chro­nisch wachten. Een opsomming:

Het is wachten op de dokter, op de uitslag van een onderzoek, op de werking van medicijnen, op de maaltijden, op de slaap, op bezoek, op de ochtend, op de verpleegkundige, op de nachtzuster, op het keerpunt in de crisis, op de genezing van de wonden, op de terugkeer naar huis. De zieke wacht af, maar verwacht zijn genezing. In de nacht, zo hij niet kan slapen, wacht hij wakend op het krieken van de dag.

We hebben gezien hoe het wachten het leven van mensen en zieken doordringt. Aanschuiven aan loketten, kassa's is een dagelijks fenomeen. De gezondheidszorg vormt daarop geen uitzon­dering. Nochtans is wachten op een behandeling anders dan het wachten aan een stationsloket. Wachten in de gezondheidszorg is nooit prettig omdat in het leven van mensen de wil tot zelf­behoud hoog scoort. Mensen willen 'perseverare in esse' of 'conservare in esse', schreef Spinoza. Wachten op zorg wordt in sommige gevallen beleefd als een bedreiging voor het zelfbehoud. Niet altijd en in dezelfde mate maar het wachten activeert in de mens altijd de vrees voor lijden en sterven. Bovendien wenst nie­mand langer dan nodig is pijn te lijden of onze­ker te zijn. Wachten in de zorg is bijgevolg nooit neutraal maar een intens emotioneel gebeuren.

Als gevolg van reeds eerder aangegeven cul­turele factoren, is voor ons wachten extra zwaar geworden.Wij willen en kunnen niet meer wach­ten, nauwelijks in de verkeersfiles, laat staan in de files van ziekenhuizen. Daarom is het feno­meen van de wachtlijsten een doorn in het oog van de moderne zorgconsument. Als consument wil hij snel bediend worden, als burger meent hij recht op zorgen te hebben en als moderne individu wenst hij daden, actie hier en nu.

De vraag is of het wachten te allen tijde uit den boze is. In het wachten kan een vraag gewoon aan urgentie verliezen, ook kan er afstand groeien ten opzichte van zijn vraag en tenslotte kan deze aan dramatische kracht verlie­zen. De ongeduldige klant van de gezondheids­zorg moet ook weten dat hij een doktersbezoek dikwijls uitgesteld heeft en dat op het ogenblik dat hij zich aandient, hij eist dat alles snel zou gaan omdat de onzekerheid niet langer weggedrukt kan worden.

Kan het wachten gereduceerd worden? Ik meen dat dit een belangrijke doelstelling moet zijn voor een klantvriendelijk ziekenhuis. Kan het niet anders dan dat een patiënt voor een klacht ettelijke malen naar het ziekenhuis moet terugkeren en steeds opnieuw moet aanschuiven om een diagnose rond te krijgen? Dit vraagt veel geduld en veel tijd. Is het mogelijk onderzoeken zo te coördineren dat de patiënt geen week verlof moet nemen om zijn doortocht in het ziekenhuis te realiseren? Ik geloof niet dat er al echt sprake is van klantvriendelijke ziekenhuizen, dit wil zeggen ziekenhuizen waar de klant centraal staat.

Ik heb de wachtlijstenproblematiek hier terzij­de gelaten omdat de oplossing ervan afhangt van veel factoren. Op de eerste plaats van politieke wil en vervolgens van de financiële mogelijkhe­den. Ik laat deze problematiek hier verder links liggen. Laat me eindigen met minder moeilijke aspecten. Veel wachten duurt lang omdat men­sen   onvoldoende geïnformeerd worden. Onzekerheid en onduidelijkheid maken van het wachten soms een martelgang. Als een trein midden in de weilanden blijft staan, wordt het wachten voor de reizigers, indien geen informa­tie gegeven wordt, snel irriterend. De instroom in ziekenhuizen kan ook klantvriendelijker en effi­ciënter zijn. Her en der zijn reeds experimenten aan de gang. Ik geloof niet dat het wachten hele­maal tot nul kan herleid worden. Een visite kan altijd uitlopen, maar met de nodige informatie zijn mensen bereid te wachten, niet eindeloos natuurlijk. Aan de empathische arts om zich te verontschuldigen bij zijn klanten voor het lange en misschien ongemakkelijke wachten. Daardoor geeft hij aan dat hij als mens weet wat wachten betekent. De geholpen klant vergeet dan snel het nare wachten.

Jan Rolies, ethicus, Burgemeestersstraat 16.

B-3000 Leuven